Industrie 4.0, of smart manufacturing, is in opmars, maar in sommige sectoren al meer dan in andere. Zo is de voedingsindustrie traditioneel een sector die de mogelijkheden van de slimme maakindustrie nog niet ten volle benut. Dat zegt Keith Thornhill, hoofd Food and Beverage bij Siemens Digital Industries. En dat terwijl de mogelijkheden legio zijn, en tal van belangrijke voordelen bieden. 

Om zijn stelling kracht bij te zetten, schetst Thornhill het scenario van een commerciële bakkerij, waar het ‘s morgens alle hens aan dek is om de eerste lading brood en gebak tijdig naar de bakkerijen te krijgen. Stel, in volle ochtenddrukte zijn de vele vers gebakken broden op een transportband op weg om machinaal versneden en ingepakt te worden. Geen probleem, want dit is een automatisch proces dat normaliter vlot verloopt. Tot een medewerker opmerkt dat de broden er toch niet al te best uitzien. Wat blijkt na de nodige controles? Een onverwacht koude nacht heeft ervoor gezorgd dat de temperatuur in de fabriek wat feller gezakt is dan normaal. Met als gevolg dat het brooddeeg niet in optimale omstandigheden heeft kunnen rusten, waardoor het onvoldoende gerezen is. Helaas, de hele partij brood is hierdoor onverkoopbaar en de eerste ochtendlevering vertraagd. Klanten zijn ontevreden omdat ze geen vers brood weten te bemachtigen en bovendien ligt het hele productieproces nu achter op schema.

Een jammere zaak, zeker in een sector waar de winstmarges al niet enorm zijn. Toch komen dergelijke situaties nog al te vaak voor. Dit terwijl er, dankzij smart manufacturing, wel reeds manieren bestaan die niet alleen een veel hogere consistentie van het eindproduct kunnen garanderen. Maar die ook botsingen op de transportband kunnen uitsluiten, vermijdbare uitval door machinale gebreken kunnen vermijden en de energiekosten met maar liefst 30% kunnen doen dalen. Temperatuur en timing zouden zich automatisch kunnen afstemmen op de omgevingsomstandigheden, zonder het hele productieproces te verstoren. Of, nog een stap verder: het kunnen aanbieden van op maat geproduceerde schotels, palletten of dozen, die na bestelling in dezelfde week of zelfs de volgende dag al bij de klant geleverd worden? Want ook dat behoort in het Industrie 4.0-tijdperk tot de mogelijkheden.

De technologie voor dergelijke transformaties bestaat dus. Maar de voedingsindustrie is nog twijfelachtig om deze volledig te omarmen. Begrijpelijk, want de sector kampt met een vrees om hun reeds ver geoptimaliseerd productieproces te verstoren. Bovendien is een snelle ROI (return on investment) niet gegarandeerd, en maakt men zich zorgen over de vaardigheden van het personeel, en of deze wel toereikend zijn om het maximale te halen uit de investering in nieuwe technologieën. Bovendien rijzen er vraagtekens over cybersecurity, wanneer er sprake is van het monitoren van het machinepark en het aan elkaar linken van machines om big data te verzamelen. Tot slot is geen enkel eindproduct zo delicaat als de producten uit de voedingssector. Deze komen namelijk rechtstreeks terecht in de menselijke voedselketen. Het is dus van het grootste belang om geknoei (fysiek of digitaal) met deze eindproducten te vermijden.

Toch is het volgens Thornill belangrijk voor voedingsproducenten om een eerste investering te doen in monitoringtools. Deze kunnen onmiddellijk worden ingezet voor het berekenen van waar winsten in productiviteit kunnen behaald worden, waar de energiekosten omlaag gehaald kunnen worden, en hoe uitval geminimaliseerd kan worden door voorspellend onderhoud. Wanneer voedselproducenten deze voordelen aan den lijve ondervinden, zal het potentieel van digitalisering volgens Thornhill duidelijker en aantrekkelijker worden.

Bron: newfoodmagazine.com. 

Pin It on Pinterest

Shares
Share This