Noem een AI niet zomaar een AI. Er zijn namelijk verschillende soorten artificiële intelligentie, de ene al intelligenter dan de andere. De ene al realiteit, de andere nog verre toekomstmuziek. In dit artikel overlopen we de vier verschillende types van artificiële intelligentie. 

Type 1: reactieve AI
Type 1, reactieve AI, is de meest simpele vorm van artificial intelligence en dateert al van de jaren 50, toen wetenschappers robots leerden dammen. Reactieve AI betekent dat een AI-systeem kan reageren op een situatie die zich voordoet. Hierbij kan het alleen gebruik maken van informatie die op dat moment in de huidige situatie aanwezig is, want een reactief AI-systeem kan geen herinneringen opslaan, en dus geen beroep doen uit ervaringen uit het verleden om in het heden beslissingen te nemen. Het bekendste voorbeeld is Deep Blue, de schakende supercomputer van IBM. In de jaren 90 versloeg deze AI de wereldbekende schaakmeester Garry Kasparov (zie video).

 

Reactieve AI heeft echter geen concept van de wereld, maar handelt enkel op basis van wat het nu, op het moment zelf, ziet in de wereld. Dit soort AI is daarom briljant in het spelen van spelletjes, maar is voor de rest niet zo bijzonder intelligent. Wanneer een reactief AI-systeem meerdere malen eenzelfde situatie tegenkomt, zal het iedere keer op dezelfde manier reageren. Het leert niets van z’n vorige ervaringen in deze situatie. Maar dit hoeft geen nadeel te zijn. Reactieve AI-systemen zijn net door deze voorspelbaarheid zeer betrouwbaar. Je weet namelijk dat dit systeem keer op keer hetzelfde zal handelen, en repetitieve taken zonder morren zal uitvoeren.

Type 2: beperkt geheugen

AI-systemen van het type 2 kunnen in beperkte maten herinneringen opslaan en daardoor hun beslissingen ook voor een deel baseren op informatie uit het verleden. Een voorbeeld hiervan zijn zelf-rijdende wagens. Zij verzamelen informatie over de snelheid en richting van andere wagens. Dit is geen momentopname, maar dient te gebeuren door over een (beperkte) langere periode de andere wagens te identificeren en te monitoren.

Toch is deze opgeslagen informatie vluchtig. De auto slaat zijn bevindingen niet op in een archief om hiervan te leren. In tegenstelling tot de mens, die na jaren rij-ervaring steeds beter leert rijden, zal een AI-systeem met een beperkt geheugen dus niet verbeteren. Het is deze fase van artificiële intelligentie, waarin we ons momenteel bevinden en die maakt dat we AI kunnen aanwenden voor processen zoals machine learning.

Type 3: theory of mind

AI-systemen van de toekomst moeten zich niet alleen een concept van de wereld kunnen vormen, maar ook van andere elementen en personen in de wereld. In de psychologie heet dit ‘theory of mind’: het begrip dat mensen, wezens en objecten in onze wereld gedachten en gevoelens hebben die hun eigen gedrag gaan sturen.

Het is door dit begrip dat wij als mens gemeenschappen hebben kunnen vormen. Door theory of mind kunnen we namelijk sociale interacties aangaan. Zonder besef van elkaars motivatie en bedoelingen, zonder er rekening mee te houden wat iemand anders weet over jou of de omgeving, zou het moeilijk en zelfs onmogelijk zijn om samen te werken en te leven.

Dit is cruciaal pijnpunt van AI, wat in de (nabije?) toekomst opgelost dient te worden. Willen AI-systemen zich ooit echt onder de mens begeven, zullen ze moeten kunnen denken als een mens, en dus moeten beseffen dat ieder van ons gedachten, gevoelens en verwachtingen heeft, en hun gedrag hierop moeten aanpassen.

Type 4: zelfbewustzijn 

De laatste stap in artificiële intelligentie is om systemen te bouwen die niet alleen een besef hebben van de mensen rondom hen, maar ook van zichzelf. Om dit te kunnen bereiken echter, zullen wetenschappers eerst moeten begrijpen hoe het bewustzijn werkt, om daarna AI-machines te kunnen bouwen met een eigen bewustzijn. Dit type AI is echter nog verre toekomstmuziek. Eerst moeten wetenschappers meer ontdekken over geheugen, leren en de capaciteit om beslissingen te baseren op gebeurtenissen in het verleden. Kortom, vooraleer we superintelligente systemen kunnen ontwikkelen, zullen we eerst meer moeten leren over de menselijke intelligentie.

Bron: theconversation.com. 

Foto: Shutterstock 

 

Pin It on Pinterest

Shares
Share This